donderdag 13 augustus 2015

Epiloog...

Fysiek zijn we 5 dagen geleden dan wel geland, maar mentaal gaat dat een stuk langzamer. Langzaam maar zeker pakken we de draad weer op. Johan moest direct maandag al weer aantreden; zelf kan ik deze week behoorlijk rustig aan doen. Ik besteed de tijd met lekker nagenieten en de jetlag uitdrijven. Er zijn 24 kranten door te worstelen en zo'n 2000 foto's uit te zoeken. Later zal ik daar -net als in voorgaande jaren- samen met de verslagen hier een album van laten afdrukken.

Tijdens onze vakantie hoorden we al over de brand die in de Glaciers woedde. Na thuiskomst kwam ik daar wat betere informatie over tegen. Blijkt dat die drie dagen na ons bezoek aldaar is uitgebroken en dat de "Going to the Sun-road" twee weken afgesloten is geweest. Pff... wat hebben wij dus een geluk gehad!

Inmiddels heb ik e-mail contact gehad met Hertz v.w.b. de 'one way' kosten. De FL-auto die we vanuit WA naar IL - dus meer dan halverwege- hebben teruggereden. Maar zij vinden toch dat ik niet onder de kosten uit kan komen en zien geen reden tot restitutie. Nou ja, leuk geprobeerd, maar ik blijf het onrechtvaardig vinden.

Ook heb ik een brief gestuurd aan het hoofdkantoor van het Illinois gevangenissysteem, met een kopie aan de directeur van de betreffende gevangenis, over het feit dat ik geweigerd was en hoe men mij daar behandelde. Bruce stond erop dat ik dit moest doen. Hoewel ik er zelf niets mee opschiet, gaat het misschien wel iets veranderen voor anderen en voor de toekomst. Dus, het is nog afwachten of en wat ik daar voor reactie op krijg.

Ondertussen ben ik ook begonnen met het bijwerken van de verslagen. Ze werden altijd direct na aankomst in het hotel (of andere overnachtingsplek) geschreven. Soms was het laat, was ik moe, of had er niet echt zin in, dus het werd soms wat afgeraffeld. Nu loop ik ze random wat door, pas dingen aan, geef wat meer info en details, etc. Dit gaat al met al nog wel wat meer tijd in beslag nemen. Ook foto's worden evt. wat aangepast. Zo, heb ik in ieder geval al de foto's van het bezoek aan Sidney ingescand en een paar bij de verslagen geplaatst.

Al met al stellen wij dankbaar en blij vast dat de hele reis zonder echte narigheid is verlopen en dat we zo'n fantastische tijd hebben gehad. Ik hoop dat je als 'meelezer/reizer', er ook wat van hebt kunnen genieten en ik wil mijn 'trouwste fans' bedanken voor de reacties. Hoewel ik de verslagen in eerste instantie voor mijzelf maak is het toch erg leuk om te weten dat jullie er op de achtergrond waren!

zaterdag 8 augustus 2015

Dag 27: Naar huis

De dag van onze terugvlucht naar Nederland is aangebroken. Johan had gisteren de koffers weer grotendeels gereorganiseerd en alles uit de auto weer een plekje gegeven. Vanmorgen de laatste dingen toegevoegd. Een zelfgemaakt ontbijtje naar binnen gewerkt, broodje met hardgekookt ei, wat joghurt en watermeloen. We hebben nogal wat flesjes drinken over en het een en ander aan vast voedsel. We laten het in de keuken en in de koelkast staan. Wellicht dat Kate en haar zoon er wel raad mee weten.

Tegen acht uur zijn we klaar voor vertrek en we gaan naar het huis van Kate om haar gedag te zeggen. Meestal zie ik haar onderweg wel ergens op het terrein rondstruinen, maar deze keer dus niet. Ik loop naar binnen; het is muisstil. Ik roep zachtjes want ik wil haar zoon niet wakker maken, niets… Nog een keer, weer niets… Ik loop naar de overkant waar ze een heel huis verhuren, maar ook daar is niemand te bekennen. Vreemd… Haar auto staat er wel. Ik ga nog een keer naar binnen en roep harder en nog een keer. Ik roep buiten hard in het rond, weer niets. Probeer de deurbel. Geen reactie. Tja, het is inmiddels een kwartier later en we willen toch echt gaan. Ik besluit een briefje te schrijven en leg dat op de tafel in de overdekte veranda. Ik vind het vervelend, maar er zit toch echt niets anders op. We kunnen niet tot in het oneindige wachten. We zullen elkaar op Facebook echt nog wel spreken.
We vertrekken en nemen een alternatieve route richting Chicago. Hoewel misschien minder kilometers, is de tijd langer en Tomtom geeft 4,5 uur aan. Met wat stops onderweg zullen we de auto toch nog ruim op tijd voor drie uur in kunnen leveren. Onze auto, tja… In het begin heb ik behoorlijk op hem gemopperd, maar hij heeft goede diensten geleverd. Niet één dag heb ik pijn in m’n rug gehad, iets wat ik de vorige jaren wel had in de grotere auto’s. Dus, wat dat betreft ben ik toch wel blij met hem geweest. Ook toen ik hem drie dagen voor mezelf had en er alleen mee weg was, was ik toch wel blij dat het niet zo’n groot bakbeest was, maar meer het formaat dat we zelf thuis hebben. Aan de andere kant, als je zoveel stops maakt zoals wij die maakten in de parken, is het toch wel lastig als je geen slot met afstandsbediening hebt. Steeds dat sleuteltje...
De route die we deze ochtend volgen gaat over countywegen en langs mooie statige farmershuizen, kleine dorpjes en stadjes. Je ziet wat meer dan op de I55 die we voorheen altijd namen. Maar wanneer we dichterbij Chicago komen wil Tomtom met alle macht dat we een andere route nemen en blijft daar in volharden. Op den duur volgen we hem toch maar, want ja, wie weet in wat voor ellende we anders terecht komen. Maar hij brengt ons met een behoorlijke omweg heel onlogisch toch op de I55. We hebben dan nog zo’n 60 km te gaan… Oh, nou ja…

Als we bij het inleverpunt van Hertz komen, rijden we per abuis de afslag voorbij. Ja hoor, hetzelfde gebeurde ons de vorige keer hier ook. We maken een rondje langs het vliegveld en 10 minuten later zijn we op hetzelfde punt terug en staan dan goed voorgesorteerd. De auto wordt in ontvangst genomen en ik klaag dat we een extra rondje moesten maken omdat de navigatie de andere kant van de weg aangaf. De dame in kwestie maakt er geen punt van, vraagt of we veel bagage hebben en als ik dat bevestig, zegt ze dat we het in de auto moeten laten staan en dat ze ons met onze auto gratis naar de vertrekhal zal brengen. Nou zeg, wat een service! Ze kletst gezellig onderweg en we zijn helemaal blij. Scheelt toch een hoop gesjouw bus in en bus uit… De eindrekening gaf aan dat we 4045 mijl hebben gereden. Ik had 5000 schone kms thuis uitgerekend. Dus daar is nog een dikke 1000 km bijgekomen. Uit ervaring weten we dat er altijd een kwart bij komt, dus het klopt ook deze keer weer.
De terugreis gaat met United Airlines. We moeten nog inchecken, maar het is self-service. Dat hebben we wel vaker gedaan, maar deze keer moet je behalve de instapkaarten ook de kofferlabels printen en bevestigen. Een paar medewerkers staan te kijken of alles goed verloopt en evt. assistentie te verlenen. Daarna hoef je alleen nog maar je koffer af te geven bij een weegschaal en klaar…

We gaan door de paspoort- en bagagecontrole. We hebben ons in Amerika gekochte koelboxje gewoon mee en er wordt niets van gezegd. We zijn blij dat we hem toch niet achter hebben gelaten, zoals aanvankelijk het plan was.
Dan is het eindelijk tijd voor relaxen. We trakteren onszelf op een milkshake en lopen wat rond. Zoeken dan onze gate op en overpeinzen de vakantie. Het is weer fantastisch geweest...




donderdag 6 augustus 2015

Dag 26: Laatste bezoek Bruce

Na een goede nacht slaap ben ik om kwart over vijf al wakker. Ik besluit om te gaan douchen, dan kan ik ook mijn haar wassen en heb ze op tijd droog voor ik weg ga. Om half 9 rijd ik weer richting gevangenis. Tomtom heeft moeite met wakker worden en kan de satelliet niet vinden. Ik denk nog hij zal het zo wel doen en ga dus gewoon op weg. Maar nee hoor. Op goed geluk rijd ik de zigzagroute door de maisvelden. Voel me best onzeker of dit goed gaat komen. Als ik ruim over de helft ben, kom ik op de state route, deze weg moet naar Canton leiden als het goed is. En ja hoor, vlak voor Canton heeft Tomtom de route te pakken. Maar goed, dan hoeft het eigenlijk ook niet meer. Pff... ben op goed geluk goed terecht gekomen.

De incheck gaat vlotjes, behalve dan dat ik drie keer door het detectiepoortje moet lopen en steeds gaat het alarm af. Vreemd, heb niet veel anders aan dan de vorige dagen. Uiteindelijk blijkt het mijn bril te zijn! Nog nooit eerder meegemaakt! De norse blonde CO die ik vanmorgen heb, maar die ik nog wel ken van vorige jaren, kan er hartelijk om lachen. Zij maakt dit voor het eerst mee. Vreemd om haar te zien lachen; ze ziet er zoveel leuker uit...

Als ik bij de bezoekersruimte aankom, staat Bruce daar al buiten te wachten; hij mag niet naar binnen voordat de bezoeker binnen is. Maar grappig is het wel. Zoals gisteren zag hij me al komen en het werd toegestaan dat hij gelijk weg ging. Ik moet langs hem op, maar een bewaker die andere gevangenen begeleidt gaat afschermend voor hem staan op een heel grappige manier.
Eenmaal binnen mag ik gelijk door naar mijn meest favoriete tafel, eindelijk tafel 25.

Kort daarna kan ook Bruce binnen komen, na eerst gefouilleerd te zijn. We hebben leuke gesprekken net zoals de vorige twee dagen. De wetenschap dat dit de laatste dag is, drukt wel en de uren gaan veel te snel voorbij.
Ook vandaag zijn er weer een aantal tafels in beslag genomen door inmates die vrijgelaten worden. Bruce en ik grappen over het tientje wat ze mee krijgen. Hij beweert dat ik op zijn tientje uit ben en daarom aan hem blijf 'hangen'... Oeps, hoe heeft hij dat nu kunnen raden, want daar doe ik het toch voor??? Nog maar negen jaar wachten! Hhaha... Hij heeft overigens een bijzonder sarcastische humor en plaagt me er vaak mee. Ik vraag me af waar hij het soms zo ad-rem vandaan haalt, maar ik houd er wel van. Heerlijk om zo samen te lachen.

We spreken nog een paar belangrijke dingen door en af. Het afscheid komt eerder dan verwacht als ik word verzocht om voor de count weg te gaan. Normaal ga ik na de count en als die niet klopt dan duurt het lekker nog een stuk langer. Maar goed we zijn inderdaad eerder begonnen, omdat Bruce natuurlijk veel sneller present was. Tja, dat is dan een beetje jammer..., maar goed we werden er 10 minuten vantevoren op gewezen, dus we kunnen ons er op voorbereiden.
Afscheid nemen zal nooit wennen, altijd lastig. Zeker, als je niet weet wanneer je elkaar weer zult zien. Maar dat dit niet de laatste keer is geweest is vast en zeker. Een laatste knuffel en kus en hij moet bij een speciale tafel gaan zitten voor gevangenen die terug gaan naar hun cel en ik moet bij de deur gaan staan, waar ook de anderen staan die naar huis gaan.
Iemand achter me zegt iets tegen me. Ik doe net of ik hem niet hoor en wil oogcontact met Bruce houden. Maar dan zegt hij luider: "Going back overseas?" Het is de mannelijke bewaker die er de hele dag was en vanmorgen dat 'geintje' uithaalde toen ik langs Bruce liep. Uit goed fatsoen moet ik hem natuurlijk antwoorden en wil het zo kort mogelijk houden: "Yep", antwoord ik. Dan vraagt hij door, "Do you live in Denmark?" "No, in The Netherlands", antwoord ik. Hij houdt niet op en wil nog weten hoe lang dat wel vliegen is. Nadat ik ook hier nog op geantwoord heb draai ik me toch snel om naar Bruce en kan hem nog net gedag zwaaien voor ik de deur uit moet lopen.

Heb dat zware lege gevoel al zo vaak mee gemaakt, ook als ik anderen bezocht, maar het zal niet wennen. Het is weer goed geweest, ik kan er voldaan op terug kijken.

Mijn verhaal van vandaag is geschreven, de koffers zijn weer ingepakt, de avond is nog jong. Ik loop naar buiten om nog wat sfeer op te snuiven op deze biologische boerderij. Heb daar nog niet zo veel kans voor gehad en de ondergaande zon aan de overkant van de weg lokt me. Langzaam loop ik langs het ecologische zwembad, waar we niet in hebben gezwommen. Steek de weg over en aai wat geitjes en een schaap. Het huis dat hier staat is ook te huur, voor grotere groepen of een familie bijvoorbeeld. Ik zie niemand, ik hoor wat krekels maar verder is het bijzonder stil. Johan vraagt zich af waar ik blijf en loopt me tegemoet. Het is inmiddels aan het schemeren en vuurvliegjes verschijnen overal. Wat een mooi gezicht. En wat een mooie avond die deze mooie vakantie afsluit...

Onze bungalow

woensdag 5 augustus 2015

Dag 25: Tweede bezoek Bruce

Na een nacht met weinig slaap en lichte hoofdpijn, van de stress natuurlijk, ga ik weer op pad. Heb een migrainepilletje in mijn spijkerbroek gestopt en zo, dat het niet te voelen is bij fouilleren. Ik stel de Tomtom weer in op het adres van de gevangenis. Het is zo'n 25 km en die weet ik niet uit mijn hoofd, omdat het allemaal door landbouwwegen gaat met veel hoge mais. Die wegen lijken allemaal op elkaar. Tomtom is echter de weg ook een beetje kwijt. Hij verliest regelmatig het contact met de satelliet en gaat regelmatig over op grijs. Dit bezorgt me toch wel wat stress, want als je hier op die landwegen komt te verdwalen, dan weet je maar zo nog niet waar je zit. Hoedanook..., op cruciale momenten vertelt hij me toch waar ik heen moet en net als ik vanaf een bepaald punt de weg zelf weer weet, doet Tomtom ook weer normaal.
Als ik aankom bij de gevangenis is mijn hoofdpijn erger geworden en ik besluit om mijn pilletje maar direct in te nemen. Flesje water hebben we altijd wel in de auto en zo hoef ik het dus ook niet naar binnen te smokkelen.

Ik loop langzaam over het parkeerterrein naar de ingang. Kijk intussen naar het celgebouw waar hij zit; hij moet me kunnen zien lopen. De incheck gaat supersnel. Dezelfde CO's van gisteren. Ze kijken niet eens naar mijn legitimatie. Even fouilleren en horloge af doen. Dat is ook nieuwe policy trouwens, met al die smartwatches die er tegenwoordig zijn.
Als ik bijna bij de bezoekersruimte aangekomen ben, komt daar aan de andere kant ook Bruce al aan lopen. Hij was net in discussie geweest met die norse CO van maandag en die had duizend maal zijn excusus aangeboden. Bruce had mij dus al zien lopen en hij heeft hem direct laten gaan, wat helemaal tegen de regels in. Want normaal moeten ze eerst wachten tot er vanaf de ingang gebeld wordt.
Enfin, hij moet nog gefouilleerd worden en ik loop de bezoekersruimte in waar ik opgewacht wordt door CO Hitchcock; ik ken haar nog van twee jaar geleden. Ze is supervriendelijk. Vraagt waar ik wil zitten! Ik zeg dat mijn favoriete tafel nr. 25 al weg is. 'I know her from last year', zegt de inmate die daar zit; 'she always sits here!' Ik corrigeer hem dat het al 2 jaar geleden is, dat ik hier kwam. Wel, enfin, het is een ontspannen en vrolijk binnenkomen deze keer. Ik kies een andere tafel en mag zelfs besluiten om weer een ander te nemen als ik met Bruce overlegd heb. Bruce komt binnen en hij vindt het helemaal prima. Wat een luxe... En wat een verschil in CO's af en toe!

We hebben weer een aangename dag. We hebben het weer over van alles en nog wat. Geen bijzondere dingen gebeurd. Wel worden we na een tijdje weer van onze plek weggenomen, omdat ze die nodig hebben voor een groep gevangenen die vandaag naar huis gaan. Die tafels hebben ze nodig om de papieren af te handelen. We mogen zelf weer een andere tafel kiezen. Bruce kiest de tafel langs het raam achter in de hoek. Het is een grote vierkante tafel, wat ik weer niet zo fijn vind, want je zit verder van elkaar en ik kan hem dan moeilijker verstaan. Maar we zitten er wel weer rustiger, dus toch prima.
Inderdaad komen een tijdje later een aantal inmates binnen. Ze hebben allemaal een wit t-shirt aan en een witte of grijze joggingbroek. Ze handelen formaliteiten af en worden verder zonder voorbereiding of begeleiding met een tien-dollar biljet in de hand vrijgelaten. Ik mag hopen dat er iemand is die op hen wacht. Hoe kun je in hemelsnaam in die kleding, met niet meer dan een tientje op zak een baan zoeken?

Om half vier zit de tijd erop en we worden verzocht het gesprek te beëindigen. Een knuffel en een kus en even later zwaai ik hem gedag. Het zonnetje weer in, terug naar de auto... De dagen zijn snel gegaan, veel te snel, nog één dag...


dinsdag 4 augustus 2015

Dag 24: Eerste bezoek Bruce



Wonder boven wonder heb ik vannacht best goed geslapen. Ik voelde me echter heel zenuwachtig. Niet zo zeer voor het bezoek aan Bruce zelf, maar meer om het feit of ik er nu wél binnen zou komen. Ik had gisteren al mijn meest geschikte kleding opzij gelegd en loop ze vanmorgen nog eens na. Trek het een na het ander aan en show het Johan. Maar ja, hij weet het natuurlijk ook niet. Ik kies uiteindelijk voor mijn spijkerbroek, hopende dat die toch niet te strak zit en mijn blauwe vlinder-t-shirt wat ik bij Sidney ook aan had, hopende dat de mouwtjes niet te kort zijn. Ik show het even later nog aan Kate, de eigenaresse van de boerderij hier en zij zegt dat ik er ‘fine’ uit zie… Tja, op hoop van zegen dan maar.

We zitten hier 25 km van de gevangenis en daarom rijd ik nu zelf maar. Stel, dat ik toch niet goedgekeurd wordt dan kan ik zelf terug rijden. Daarom kreeg ik gisteren al een spoedcursus automaat rijden… Heb dat natuurlijk wel vaker gedaan, maar altijd voor korte tijd en meestal op snelwegen. Nu moet ik het zelfstandig gaan doen. Johan drukt me nog een paar verkeersregels op het hart en daar ga ik, met een buik vol zenuwen.
Ik parkeer de auto met de neus naar de straat (stoeprand), zodat, mocht ik bij het wegrijden iets doms doen en de auto schiet naar voren, dan is het in ieder geval niet tegen een andere auto aan… Ik loop naar binnen en daar zit ze al, de vrouwelijke CO van gisteren. Er zit een andere mannelijke. Ik hoor haar tegen die mannelijke zeggen dat ik van ‘overseas’ ben en de incheckprocedure begint. Er wordt niets gezegd over mijn kleren, dus het zal wel goed zijn. Toch ben ik helemaal ‘op’ van de zenuwen en moet een nieuw registratieformulier invullen omdat het langer dan 2 jaar geleden is dat ik hier de vorige keer was. Onder het invullen moet ik een paar keer diep nadenken en zuchten. Ze heeft het in de gaten en ik zeg tegen d’r dat ik ‘so nervous’ ben. ‘Oh don’t worry’, zegt ze ‘you are fine’… Als me even later apart neemt om te fouilleren zegt ze dat ik gisteren had moeten zeggen dat ik voor Bruce kwam, ‘he’s a good guy, he’s one of our better prisoners’, zegt ze. ‘He works for my husband on the same wing’… Tja, ik vraag of dat enig verschil had gemaakt. ‘Well, at least I would have let him know’… zei ze. Als ik later Bruce spreek, zegt hij dat het inderdaad verschil had gemaakt, want ze hadden mij dan waarschijnlijk niet geweigerd. Maar ja, voor wie ik kwam, was nog niet eens aan de orde gisteren, ze begonnen al gelijk over mijn jurk.

Enfin, na 20 minuten zit ik dan toch in de bezoekersruimte en wordt naar tafel 6 gedirigeerd. Een van mijn minst favoriete tafels, direct onder spiegelglas. Voorheen was dit een hele koude plek, vanwege de airco, maar nu blijkt het mee te vallen. Het is in ieder geval een kleine tafel, waardoor je korter bij elkaar zit dan aan zo’n grote vierkante. Bruce komt even later binnen en we zijn blij elkaar weer te zien, een knuffel en een kus en met de wetenschap dat we 6 uur voor ‘onszelf’ hebben, praten we een heel eind weg.  
Natuurlijk was hij bezorgd vanwege het feit dat we gisteren niet kwamen opdagen. Gisteravond bellen bleek hij niet te kunnen, maar had wel vanmorgen een paar keer geprobeerd. Maar ja, daar we in onze bungalow geen internet hebben, kon ik ze niet ontvangen op mijn Skype. Hij vertelt vervolgens dat hij de CO die gisteren dienst had aan de ingang had gesproken en hem gevraagd of er iemand voor hem was gekomen. Hij zij eerst ‘nee’, maar met doorvragen moest hij toegeven dat er inderdaad iemand geweigerd was vanwege haar jurk. Hij liet Bruce weten dat hij niet wist dat ik uit Nederland kwam. Hmm, wat een jokkebrok! Bruce vind het een schande dat hij iemand uit het buitenland die 7000 mijl gevlogen heeft en hier te gast is, is geweigerd en zal hem dat laten weten ook. Hij vindt dat ik een klacht moet indienen bij de warden en bij  het hoofdkantoor in Springfield. Want al die 500 mensen die daar werken denken dat ze de ‘boss’ zijn en maken hun eigen regels, terwijl de enige regels die ze moeten volgen, de regels van Springfield zijn. Tja, het gaat voor nu niets oplossen, maar misschien moet ik het doen, voor de toekomst en algemeen belang.

Oké, verder praten we over van alles en nog wat, hebben af en toe de grootste lol en het is helemaal goed geweest.
Tegen half vier stap ik op. Mijn tijd is om. We nemen hartelijk afscheid in de wetenschap dat ik morgen weer terug ben. Dat wat er gisteren is gebeurd, gaat niet meer gebeuren, zegt Bruce. Wel, laten we het hopen…

Ik loop langzaam terug naar de auto en rij terug naar ons bungalowtje. De rit alleen heen en terug naar de gevangenis is helemaal goed gegaan en ik voel me voldaan. Johan zit binnen te lezen, want buiten stikt het van de vliegen en muggen. Hij heeft eerder op de dag wat rondgelopen en wat huishoudelijke dingen in orde gemaakt. We stappen samen in de auto en halen wat boodschappen in het dorpje hier heel dichtbij. We eten ook gelijk maar bij de kleinste McDonalds die we ooit gezien hebben. Vanmorgen kreeg ik van Kate vier zoete maiskolven. Die zullen we morgen eens gaan klaarmaken!

Kleine mededeling: Internet is hier nu helemaal uitgevallen en ik zit nu in de openbare bibliotheek mijn verhaal op internet te zetten. Net voor sluitingstijd. Hopelijk morgen weer toegang.

maandag 3 augustus 2015

Dag 23: Vette pech




Daar sta je dan met je goeie gedrag, denk je dan... Rond een uur of één komen we bij de gevangenis aan, waar Johan en ik Bruce gaan bezoeken. We hebben de hele ochtend gereden, ons even opgefrist en de inwendige mens versterkt bij McDonalds' zoals inmiddels na een aantal jaren gebruikelijk is geworden, voor we Bruce gaan bezoeken op de eerste dag na afloop van de roadtrip.
Ik heb zorgvuldig nagedacht over de kleding die ik ga dragen. Bruce had me vantevoren gewaarschuwd dat de regels behoorlijk aangescherpt zijn. Dus ik heb mijn knielange mouwloze, hooggesloten zomerjurkje aan. En daar overheen mijn vest. Hetzelfde droeg ik ook bij Sidney. Fout...! Ik kan niet naar binnen met dat mouwloze jurkje, zeggen de twee CO's bij de ingang. Ik houd mijn vest omhoog. Nee, ook met dat niet. Dat wordt gezien als een 'cover up' en als daar iets onder zit wat niet mag, dan mag dat ook niet. Ik ben totaal verward. Ze laten me de nieuwe regels zien die op het glas geplakt zit. Ik vraag of ik naar de auto mag om iets anders aan te trekken. Maar nee, ook dat mag niet. Eenmaal geweigerde bezoekers, worden diezelfde dag niet meer toegelaten. Ook daar had Bruce me voor gewaarschuwd. Maar oh, oh, over dat 'cover up' wist ik niets van en zeg ze dat. Ik al al mijn argumenten uit de kast, maar nee, het zet geen zoden aan de dijk. Heb wel door dat de vrouwelijke CO wel wat met me te doen heeft, maar de mannelijke is haar 'boss' en hij heeft het voor het zeggen.
Nou, daar sta je dan... Ik ben totaal verbijsterd en met het papier waarop de nieuwe regels, lopen we geërgerd naar buiten. Hoe anders vergaat het mij hier als ik mijzelf vergelijk met de mevrouw een paar weken geleden in dat mouwloze bloesje, die op mijn tweede dag bij mijn bezoek aan Sidney achter me in de rij stond...
Maar wat nu??? Ik kan helemaal niet denken, loop in gedachten mijn kleding in de koffer langs en vraag me af wat ik in hemelsnaam kan dragen, in de komende drie dagen. En wat moet Bruce wel denken als het later en later wordt en we niet komen opdagen? Die maakt zich misschien wel erge zorgen dat er iets met ons gebeurd is.
Jeetje wat een vette pech. Twee jaar geleden hadden we dat hier ook al. Toen was er op de eerste dag een 'lock down', en konden we ook niet naar binnen. Maar toen was het overmacht en nog iets van mededogen, maar nu...?

Het is nog veel te vroeg om naar ons nieuwe logeeradres te gaan, dus we doen even wat boodschappen hier en daar en gaan terug naar McDonalds om wat te drinken en internetten. De uren kruipen langzaam voorbij. Uiteindelijk bel ik halverwege de middag naar Kate van de AirBNB, of het gelegen komt dat we wat eerder komen en ze vindt het prima. Het is wat verder weg van de gevangenis deze keer, 20 km. We zullen op een organische boerderij gaan zitten en hebben daar een mooie ruime kamer geboekt met eigen badkamer in een aanbouw. Als we aankomen geeft ze aan, dat ze ook een bungalow heeft en dat die vrij is. Als we willen mogen we ook daar in; het enige nadeel is dat er geen internet is. Maar het heeft een eigen keuken. Ze laat beide aan ons zien. De kamer is al groot, maar de bungalow is nog véél groter. Er is veel ruimte en privacy rondom. Ik laat de keuze aan Johan, want tenslotte brengt hij hier de meeste tijd door terwijl ik Bruce ga bezoeken, hoop ik...
Johan kiest voor de bungalow. Er is verder ook nog een ecologisch zwembad, maar hij denkt niet dat hij daar tussen de kikkers gaat zwemmen, hahah... Maar leuk en mooi, is het hier in ieder geval wel.
Voor internet kunnen we in het grote huis gebruik maken, dus we lopen af en toe gewoon even heen en weer...


zondag 2 augustus 2015

Dag 22: Reisdag en Kleine Huis (Walnut Grove)



Er valt niet zo heel veel te vertellen over de dag van vandaag. We hebben ongeveer 650 km gereden en zitten nu dus zo'n beetje in het midden van Iowa. Onze roadtrip loopt zo langzaamaan op zijn eind. Alleen nog een paar dagen wat bezoeken brengen aan Bruce, waar ik mezelf natuurlijk erg op verheug. Maar goed, daarover morgen...

Van die 650 km die we vandaag te gaan hebben, hebben we de eerste stop na 115 km. We hebben dan de staat South Dakota verruild voor Minnesota en komen aan in het plaatsje Walnut Grove. Iedereen die Het Kleine Huis heeft gekeken, zal weten dat die plaatsnaam wordt gebruikt voor de hele televisieserie. In werkelijkheid heeft Laura hier maar een paar jaar gewoond vanaf haar 7e jaar. Eerst in een holwoning aan de Plum Creek en later op dezelfde locatie in een houten huis wat pa bouwde. We arriveren om kwart over 9 in Walnut Grove, maar het museum is pas om tien uur open. We besluiten dus eerst naar de locatie aan de rivier te gaan, die zo'n 2 km ten noorden van Walnut Grove is.

In 1946 ging de tekenaar die de afbeeldingen verzorgde in Laura's boeken op onderzoek uit en ontdekte dat het hier moest zijn. Al Laura's beschrijvingen kwamen overeen. De toenmalige en ook huidige eigenaar van het land wist van niets. In de loop van de jaren heeft hij het gebied toegankelijk gemaakt voor Laura-toeristen die voor $ 5,00 over zijn grond er naartoe kunnen rijden. Hij houdt het fantastisch bij en heeft zelfs er voor gezorgd dat het originele prairiegras en bloemen weer terug zijn.
De locatie waar de holwoning moet zijn geweest staat met een bord aangegeven, er is inderdaad een uitsparing te zien in de oever.
Het is een mooie plek en we lopen een beetje rond, genietend van de mooie bloemen, met in gedachten hoe het vroeger geweest moest zijn...





Pruimenbomen aan de ...


Plum Creek
Net na tien uur komen we dan weer terug bij het museum. Voor $ 7.00 p.p. kopen we een kaartje, die toegang geeft tot het museum over de familie Ingalls, maar ook tot wat andere gebouwen uit de pionierstijd maar niet direct met hen te maken. We hebben al genoeg pioniersdingen gezien, dus daar besteden we niet al te veel tijd aan. Het museum over de familie is erg interessant. Het geeft ook informatie over andere families in het dorp, waar Laura het over heeft. Nellie Oleson en familie is daar natuurlijk een bekend voorbeeld van. Er zijn ook originele en persoonlijke dingen tentoongesteld.
De andere helft gaat over de televisieserie en alles wat daar mee te maken heeft, zoals ook de acteurs.




Ik had graag wat langer rondgelopen in dit museum, vond het echt heel interessant, maar de kilometers die we nog te gaan hadden trokken ons terug in de auto. Niets aan te doen.
We stellen de Tomtom in op het adres van ons volgende hotel en rijden urenlang door ongeveer hetzelfde landschap; maisvelden en nog eens maisvelden... Er valt weinig over te melden, alles ging voorspoedig, waardoor we toch nog op een behoorlijke tijd aan komen in ons volgende hotel.
Vandaag hebben we een gratis overnachting die ik bij elkaar gespaard heb via Wyndham punten.

zaterdag 1 augustus 2015

Dag 21: Het Kleine Huis (De Smet)



Vanmorgen allebei al vroeg wakker en er gelijk maar goed gebruik van gemaakt. Douchen, eten en rond 07:00 zaten we al in de auto. We hebben zo’n 350 km te gaan vandaag. Het weer ziet er somber uit, onweer ten zuidoosten van ons. De lucht in het noordoosten ziet er beter uit. We gaan eerst een heel eind richting het oosten en daarna wat naar het noorden, dus we hebben goede hoop.

We rijden de I90 weer op. Het landschap is golvend heuvellandschap, wat later steeds vlakker wordt. Soms lopen er koeien, soms wat landbouw en soms gewoon prairie. Dit gaat een paar uur zo door. Rond een uur of tien komen we aan in Mitchell. In Mitchell heb je het Corn Palace. Elk jaar wordt daar een gebouw helemaal bedekt met maiskolven in verschillende kleuren en ander graangewassen. Het thema is iedere keer anders. Dit wordt al gedaan sinds 1892 en is alleen even gestopt in de tweede wereldoorlog. Het is even een leuke tussenstop in dit grote niets-landschap als je toch in de buurt bent. Ook wij lopen er een half uurtje rond. Ik zie dat alles nog niet klaar is en vraag informatie daarover. Het blijkt dat dit de voorstelling van vorig jaar is. Over twee weken wordt de mais pas geoogst en daarna kunnen beginnen ze paneel voor paneel te vervangen. Het is pas eind september klaar en blijft dan weer een heel jaar zitten.



De lucht is intussen opgeklaard. Het is tijd om weer in de auto te gaan zitten en we zetten nu koers naar het noorden richting het plaatsje De Smet. Dit is de woonplaats van Laura Ingalls Wilder vanaf haar veertiende tot vier jaar na haar trouwen met Almanzo. Laura is natuurlijk bekend van de tv-serie ‘Het Kleine Huis. We hoeven er maar een kleine omweg voor te maken (nou ja, wat is nou 60 km op een reis van ruim 5500) om hier te gaan kijken en het leek ons wel leuk. Ter voorbereiding hierop hebben we beiden de boeken van Laura gelezen en die blijken toch wel héél anders te zijn dan de verhalen in de serie. Michael Landon (producer en hoofdrolspeler “Pa”) heeft er heel veel non-fictie aan toegevoegd. Als je hier ooit wil gaan kijken, dan lees alsjeblieft de boeken, want met alleen de tv-serie in je hoofd, ga je er niets van snappen.
We kopen een kaartje voor een rondleiding in het ‘surveyors house’, het landmetershuis waar Laura met haar familie als eerste inwoners van De Smet kwam wonen. Jammer genoeg mogen er binnen geen foto’s gemaakt worden. Maar het is leuk te zien hoe de beschrijving in haar boek overeenkomt met wat wij hier zien.

Daarna gaat de rondleiding ook door het eerste schoolgebouw, waar Mary, Laura en Carry en later Grace hebben gezeten. Dat is hier een paar jaar geleden naartoe overgeplaatst. Hetzelfde is ook gebeurd met het landmetershuis trouwens, maar veel eerder. Oorspronkelijk stond dat een mijl verderop aan het Zilvermeer. Verder staat hier nog een kleiner schooltje. Dit is een replica van het schooltje waar Laura als 15 jarige voor het eerst les gaf.
Daarna stappen we onze auto’s in en gaat het in konvooi naar het huis ergens anders in De Smet dat pa zelf heeft gebouwd. Dat was twee jaar nadat Laura getrouwd was, dus zij heeft daar zelf nooit gewoond. Charles en Caroline hebben hier later de rest van hun leven doorgebracht. Alles is nog in oorspronkelijke staat en ook het meubilair is nog oorspronkelijk. Ook hier mogen geen foto's worden gemaakt, maar Johan heeft ondertussen die regel aan zijn laars gelapt en verwisselt regelmatig van koers om toch een paar plaatjes te schieten.

Het kaartje voor de rondleiding geldt ook voor een bezoek aan de ‘claim’ die de Ingalls hadden 1,5 km ten zuiden van de ‘stad’. Hier boerde Pa en daar genoot Laura van de prairie. Er is weinig overgebleven van vroeger, maar een replica van het huis wat hij hier bouwde staat op de plaats van wat ze denken dat het de echte locatie was. De claim is een halve mijl lang en breed. We hebben niet echt zin om in alle hoeken te gaan kijken, maar laten het geheel even op ons inwerken. Het gaat me vooral om de algehele indruk en de locatie met de door Laura beschreven heuvel, het moeras, e.d.
Voordat we naar de claim gingen, hebben we eerst ook even het kerkhof bezocht. Hier liggen nog verschillende familieleden van Laura begraven. Laura zelf niet, want zij is later met Almanzo en hun dochter Rose naar Missouri getrokken.
Verder hebben we nog even de locatie ten noorden van De Smet bezocht, waar Laura en Almanzo de eerste jaren van hun huwelijk hebben doorgebracht. Er staat een herdenkingsbord met een verwijzing naar de bomenclaim verderop.
We rijden de hoofdstraat van de stad nog even door en bekijken wat andere locaties, waar Laura het in haar boeken over heeft. Jammer genoeg staat het winkelhuis, wat ze daar hadden niet meer.



Brewster school waar Laura als 15-jarige les gaf.

Huis wat Charles Ingalls gebouwd heeft.


De homestead op de claim buiten de stad.
We vinden het genoeg geweest. Het was een fijne zonnige dag. We rijden naar ons volgende hotel in Brookings.

vrijdag 31 juli 2015

Dag 20: Badlands



Het is 1931 wanneer Dorothy en Ted Hustead hun kleine drugstore kopen in het kleine stadje Wall aan de rand van South Dakota's Badlands. Ze hadden het vijf jaar gegeven, maar in die tijd was het niet erg gegroeid. Er woonden alleen arme mensen in Wall, die niet veel te besteden hadden. Er passeerden veel auto's zonder te stoppen. Toen kwam Dorothy met het idee om langs de hoofdweg borden te plaatsen met verwijzing naar hun winkel met de tekst: "Free Ice Water!" Het zou de mensen die over de hete stoffige prairie reisden zeker aantrekken. Dit simpele en innovatieve idee brachten de Hustead's ver. Tegenwoordig beslaat hun zaak een oppervlakte van een heel blok. Meer daarover later...

Na ons laatste ontbijtje in de Airbnb gaan we weer op pad. Ongeveer 350 km te gaan vandaag. We zetten de koers richting Badlands, maar doen dat met een omweg. We rijden via Scenic; een echt spookdorpje. Huisjes, een gevangenis en horecagelegenheden die daar verlaten langs de weg staan en nog de sfeer van vroeger weergeven. Een paar jaar geleden had ik eens bij ons in de krant gelezen dat dat dorpje te koop staat voor $ 800.000,00. Ik had dat altijd nog onthouden en was dus ook vast van plan om er eens te gaan kijken. Wie weet??




Na Scenic rijden we verder richting de zuidelijke ingang van het Badlands National Park. Ik heb er bijna geen vertrouwen meer in, maar we kunnen inderdaad op onze pas naar binnen. De naam Badlands vertelt precies wat het is: slecht land. Heel vroeger was hier zee. Elf miljoen jaar geleden begon de erosie en kwamen ook fossielen van zoogdieren aan de oppervlakte. Nu is het helemaal opgedroogd en ziet de grillig gevormde rotsketen er kaal en onherbergzaam uit. Te droog voor bomen te nat voor woestijn, dus soms met een heel lichte begroeiing. Mooi gebied waar het leuk is om een paar uurtjes door te brengen. Op veel plaatsen vertonen de rotsen kleurrijke horizontale strepen die vooral goed te zien zijn in de vroege ochtend en avond. Dus tja, dat zit er voor ons dus niet in.
Er zijn veel fossielen gevonden van prehistorische dieren en ze worden nog steeds gevonden. Ook resten (zoals pijlpunten) van menselijke bewoning zo'n 11.000 jaar geleden. Er leven nu nog dieren als prairiehondjes, antilopen, bizons en dikhoornschapen. We rijden van het ene uitzichtpunt naar het andere en genieten enorm. We hebben echter de heetste dag sinds we in Amerika zijn en het valt niet mee om heel lang buiten te blijven, laat staan wandelingen te maken in deze schaduwloze omgeving. We duiken dan ook graag de auto weer in.







Een dikhoornschaap gespot!


Na een uurtje of twee in dit park komen we uiteindelijk aan in Wall, wat er ten noorden van is gelegen. En hier komt het verhaal van Ted en Dorothy weer tevoorschijn. Natuurlijk willen we een bezoek brengen aan deze toeristenkermis wat het inmiddels geworden is. Veel parkeergelegenheid rondom en binnen ziet het er net even iets anders uit dan de gemiddelde winkel of supermarkt. Allemaal kleine winkeltjes en restaurants die in elkaar overlopen, de ambiance ademt nog steeds de sfeer van vroeger maar natuurlijk zijn de producten van nu... Verschillende wanden met fotomateriaal van Ted en Dorothy en wanden met krantenartikelen die overal ter wereld hierover verschenen. We kopen een pizzapunt en milkshake en drinken natuurlijk een bekertje gratis water!

Duistere figuren naast ons in het restaurant

Gratis water!



Een uurtje hier binnen is voor ons wel genoeg, we hoeven echt niet alles te zien. We zoeken de I90 maar weer eens op en zetten koers naar Murdo. Nog 135 km te gaan voor we in ons volgende hotel, de Super 8 in Murdo zullen zijn. Daar aangekomen blijkt de tijd een uur naar voren gezet te moeten worden. We dachten dat dat morgen zou zijn, maar vandaag komt ons veel beter uit...!



donderdag 30 juli 2015

Dag 19: Jewel Cave en Four Miles



Nu we het belangrijkste in de Black Hills hebben gezien en gereden, was het vanmorgen even overwegen wat we vandaag zouden doen. Jamin, onze host, had ons Jewel Cave al aangeraden. Maar eigenlijk hebben we allebei wel genoeg grotten gezien in ons leven. Achteraf lijken ze toch allemaal op elkaar, omdat er geen een foto van goed lukt en je dus niet een accuraat beeld meer hebt. Toch besluiten we vandaag om deze grot te bezoeken. Dus na ons ontbijtje van gebakken ei met brood en een bakje fruit, stappen we tegen negenen de auto in. Het is 85 km rijden en Tomtom brengt ons buiten de Needles Highway om naar Custer en daar gaan we nog een stuk richting het westen, waar we rondom de klok van tien uur aankomen.

Het is weer een national park, maar ook hier geldt onze America the Beautiful jaarpas niet... De entree is gratis, zeggen ze bij de kassa, wij hoeven alleen te betalen voor de rangers. Nou ja zeg, entree is entree, en ik begin me ernstig zorgen te maken over het feit of onze jaarpas wel gunstig uitkomt. Maar goed, voor $ 12,00 p.p. raken we dus binnen en hebben we een rondleiding van 1 uur en 20 minuten. De eerstvolgende waarmee we mee kunnen is om 11:00 uur.
In het bezoekerscentrum hoor ik even later iemand aan de telefoon zeggen dat ze vol zitten tot half drie... En weer later hoor ik, dat als je 's middags komt, je niet eens terecht kunt. Vol is vol, ze kunnen 680 bezoekers op een dag hebben. Kortom, we hebben behoorlijk geluk gehad, dat we niet eens zo lang hoeven te wachten.

Met de lift gaat de ranger met onze groep naar beneden. Hij heeft lange verhalen, vertelt over de grot, maar ook over zichzelf en andere mensen... Vaak informatief en soms ook grappig. Jewel Cave is op twee na de grootste grot van de wereld. De grot daarboven is in Kentucky en de allergrootste is in Mexico. Toch zijn ze hier nog lang niet klaar met verder ontdekken. Het vermoeden bestaat dat deze grot in verbinding staat met de hemelsbreed 20 mijl verderop gelegen Wind Cave, maar ze hebben nog niet een doorgang kunnen vinden.
De rondleiding gaat middels vele ijzeren trappen met soms een platform en betonnen paden. Een beetje conditie is wel vereist. De stalagmieten- en tieten die je normaal in grotten veel ziet, zijn hier niet overdadig aanwezig. Deze grot is weer bijzonder vanwege de kalkkristallen die bijna alle wanden in beslag nemen. Voor het overgrote deel zijn ze bruinig van kleur maar soms zie je de binnenkant mooi glinsteren. Op goed geluk nemen we wat foto's, hopende dat de digitale camera's beter met grotten overweg kunnen dan de camera's die we vroeger hadden toen we nog grotten bezochten.







Na toch ruim anderhalf uur staan we weer buiten, lekker in het warme zonnetje... We rijden terug in de richting van Custer. Vier mijl voor Custer heb je een oud spookstadje dat 'Four Miles Spring' heet. Voor $ 5.00 p.p. ben je binnen. Het is een bijeengebrachte verzameling van 55 oude pioniershuisjes in particulier bezit, vergelijkbaar met dat wat we in Cody zagen. Het zijn er echter veel meer. Aan de andere kant zijn deze slechter onderhouden. Sommige huisjes staan zo scheef dat je blij bent dat hij niet omgevallen is terwijl je binnen stond. Je krijgt een cassettespeler mee met een bandje in je eigen taal, die vertelt over het een en ander wat er te zien is. Geen ellenlange verhalen, in tegendeel, hij gaat best snel en je moet hem regelmatig stop zetten. Ik vind het geheel wel wat hebben. Er staat veel authentiek spul in, in goede en slechte staat. Je kunt het geheel met een uurtje rond zijn, maar er ook veel langer tijd en aandacht aan besteden.
De mensen van het museum doen hun best om hun erfgoed op de been te houden, maar naar mijn idee gaat dat moeilijk worden, gezien het aantal mensen dat hier komt bezoeken. Ik vind echt dat ze meer aandacht verdienen!














We rijden nu langzaam maar zeker terug naar Rapid City, we willen nog even wat boodschappen halen en willen wat vroeger dan anders wat rustiger aan gaan doen.

Inmiddels hebben we wat e-mail contact gehad met de twee Canadese motorrijders die we ontmoet hadden in de B&B in Cody en we hebben afgesproken in een restaurant hier: Firehouse Brewing. Het is in downtown en maar 1,5 km van ons logeeradres. Wanneer we echter daar aankomen is het ontzettend druk. Wegen afgezet en muziek en parade in de straat. Niet mogelijk om dichtbij te parkeren en ook niet iets verder weg. Wel bij winkels en dat is alleen voor klanten. We wagen het erop en riskeren dat we worden weggesleept. Ook Deno en Jim blijken parkeerproblemen te hebben, want ze komen zeker een kwartier te laat aangelopen. Het restaurant is vol en we moeten zeker een half uur wachten. Maar wat geeft het, de temperatuur buiten is aangenaam en we praten al volop.
Uiteindelijk krijgt Deno een berichtje op zijn telefoon, dat onze tafel klaar staat. De atmosfeer binnen is helemaal super en we hebben een leuke avond. Het gesprek gaat alle kanten op en het eten is goed. Echt leuk allemaal. Aan het eind presenteert Deno de creditcard al aan de serveerster voor we kunnen ingrijpen. Maar hij staat erop dat hij (en zijn vriend, dat weet ik niet) voor ons betaalt. Hoe we ook praten, het helpt niet. Hij vindt het gewoon supergeweldig om ons ontmoet te hebben en heeft dit avondje voorgesteld en wil dus ook betalen. Nou oké dan... We nemen hartelijk afscheid, nadat ik heb moeten beloven om in contact te blijven.
En gelukkig, we zijn niet afgesleept!


Links Deno, rechts Jim