vrijdag 31 juli 2015

Dag 20: Badlands



Het is 1931 wanneer Dorothy en Ted Hustead hun kleine drugstore kopen in het kleine stadje Wall aan de rand van South Dakota's Badlands. Ze hadden het vijf jaar gegeven, maar in die tijd was het niet erg gegroeid. Er woonden alleen arme mensen in Wall, die niet veel te besteden hadden. Er passeerden veel auto's zonder te stoppen. Toen kwam Dorothy met het idee om langs de hoofdweg borden te plaatsen met verwijzing naar hun winkel met de tekst: "Free Ice Water!" Het zou de mensen die over de hete stoffige prairie reisden zeker aantrekken. Dit simpele en innovatieve idee brachten de Hustead's ver. Tegenwoordig beslaat hun zaak een oppervlakte van een heel blok. Meer daarover later...

Na ons laatste ontbijtje in de Airbnb gaan we weer op pad. Ongeveer 350 km te gaan vandaag. We zetten de koers richting Badlands, maar doen dat met een omweg. We rijden via Scenic; een echt spookdorpje. Huisjes, een gevangenis en horecagelegenheden die daar verlaten langs de weg staan en nog de sfeer van vroeger weergeven. Een paar jaar geleden had ik eens bij ons in de krant gelezen dat dat dorpje te koop staat voor $ 800.000,00. Ik had dat altijd nog onthouden en was dus ook vast van plan om er eens te gaan kijken. Wie weet??




Na Scenic rijden we verder richting de zuidelijke ingang van het Badlands National Park. Ik heb er bijna geen vertrouwen meer in, maar we kunnen inderdaad op onze pas naar binnen. De naam Badlands vertelt precies wat het is: slecht land. Heel vroeger was hier zee. Elf miljoen jaar geleden begon de erosie en kwamen ook fossielen van zoogdieren aan de oppervlakte. Nu is het helemaal opgedroogd en ziet de grillig gevormde rotsketen er kaal en onherbergzaam uit. Te droog voor bomen te nat voor woestijn, dus soms met een heel lichte begroeiing. Mooi gebied waar het leuk is om een paar uurtjes door te brengen. Op veel plaatsen vertonen de rotsen kleurrijke horizontale strepen die vooral goed te zien zijn in de vroege ochtend en avond. Dus tja, dat zit er voor ons dus niet in.
Er zijn veel fossielen gevonden van prehistorische dieren en ze worden nog steeds gevonden. Ook resten (zoals pijlpunten) van menselijke bewoning zo'n 11.000 jaar geleden. Er leven nu nog dieren als prairiehondjes, antilopen, bizons en dikhoornschapen. We rijden van het ene uitzichtpunt naar het andere en genieten enorm. We hebben echter de heetste dag sinds we in Amerika zijn en het valt niet mee om heel lang buiten te blijven, laat staan wandelingen te maken in deze schaduwloze omgeving. We duiken dan ook graag de auto weer in.







Een dikhoornschaap gespot!


Na een uurtje of twee in dit park komen we uiteindelijk aan in Wall, wat er ten noorden van is gelegen. En hier komt het verhaal van Ted en Dorothy weer tevoorschijn. Natuurlijk willen we een bezoek brengen aan deze toeristenkermis wat het inmiddels geworden is. Veel parkeergelegenheid rondom en binnen ziet het er net even iets anders uit dan de gemiddelde winkel of supermarkt. Allemaal kleine winkeltjes en restaurants die in elkaar overlopen, de ambiance ademt nog steeds de sfeer van vroeger maar natuurlijk zijn de producten van nu... Verschillende wanden met fotomateriaal van Ted en Dorothy en wanden met krantenartikelen die overal ter wereld hierover verschenen. We kopen een pizzapunt en milkshake en drinken natuurlijk een bekertje gratis water!

Duistere figuren naast ons in het restaurant

Gratis water!



Een uurtje hier binnen is voor ons wel genoeg, we hoeven echt niet alles te zien. We zoeken de I90 maar weer eens op en zetten koers naar Murdo. Nog 135 km te gaan voor we in ons volgende hotel, de Super 8 in Murdo zullen zijn. Daar aangekomen blijkt de tijd een uur naar voren gezet te moeten worden. We dachten dat dat morgen zou zijn, maar vandaag komt ons veel beter uit...!



donderdag 30 juli 2015

Dag 19: Jewel Cave en Four Miles



Nu we het belangrijkste in de Black Hills hebben gezien en gereden, was het vanmorgen even overwegen wat we vandaag zouden doen. Jamin, onze host, had ons Jewel Cave al aangeraden. Maar eigenlijk hebben we allebei wel genoeg grotten gezien in ons leven. Achteraf lijken ze toch allemaal op elkaar, omdat er geen een foto van goed lukt en je dus niet een accuraat beeld meer hebt. Toch besluiten we vandaag om deze grot te bezoeken. Dus na ons ontbijtje van gebakken ei met brood en een bakje fruit, stappen we tegen negenen de auto in. Het is 85 km rijden en Tomtom brengt ons buiten de Needles Highway om naar Custer en daar gaan we nog een stuk richting het westen, waar we rondom de klok van tien uur aankomen.

Het is weer een national park, maar ook hier geldt onze America the Beautiful jaarpas niet... De entree is gratis, zeggen ze bij de kassa, wij hoeven alleen te betalen voor de rangers. Nou ja zeg, entree is entree, en ik begin me ernstig zorgen te maken over het feit of onze jaarpas wel gunstig uitkomt. Maar goed, voor $ 12,00 p.p. raken we dus binnen en hebben we een rondleiding van 1 uur en 20 minuten. De eerstvolgende waarmee we mee kunnen is om 11:00 uur.
In het bezoekerscentrum hoor ik even later iemand aan de telefoon zeggen dat ze vol zitten tot half drie... En weer later hoor ik, dat als je 's middags komt, je niet eens terecht kunt. Vol is vol, ze kunnen 680 bezoekers op een dag hebben. Kortom, we hebben behoorlijk geluk gehad, dat we niet eens zo lang hoeven te wachten.

Met de lift gaat de ranger met onze groep naar beneden. Hij heeft lange verhalen, vertelt over de grot, maar ook over zichzelf en andere mensen... Vaak informatief en soms ook grappig. Jewel Cave is op twee na de grootste grot van de wereld. De grot daarboven is in Kentucky en de allergrootste is in Mexico. Toch zijn ze hier nog lang niet klaar met verder ontdekken. Het vermoeden bestaat dat deze grot in verbinding staat met de hemelsbreed 20 mijl verderop gelegen Wind Cave, maar ze hebben nog niet een doorgang kunnen vinden.
De rondleiding gaat middels vele ijzeren trappen met soms een platform en betonnen paden. Een beetje conditie is wel vereist. De stalagmieten- en tieten die je normaal in grotten veel ziet, zijn hier niet overdadig aanwezig. Deze grot is weer bijzonder vanwege de kalkkristallen die bijna alle wanden in beslag nemen. Voor het overgrote deel zijn ze bruinig van kleur maar soms zie je de binnenkant mooi glinsteren. Op goed geluk nemen we wat foto's, hopende dat de digitale camera's beter met grotten overweg kunnen dan de camera's die we vroeger hadden toen we nog grotten bezochten.







Na toch ruim anderhalf uur staan we weer buiten, lekker in het warme zonnetje... We rijden terug in de richting van Custer. Vier mijl voor Custer heb je een oud spookstadje dat 'Four Miles Spring' heet. Voor $ 5.00 p.p. ben je binnen. Het is een bijeengebrachte verzameling van 55 oude pioniershuisjes in particulier bezit, vergelijkbaar met dat wat we in Cody zagen. Het zijn er echter veel meer. Aan de andere kant zijn deze slechter onderhouden. Sommige huisjes staan zo scheef dat je blij bent dat hij niet omgevallen is terwijl je binnen stond. Je krijgt een cassettespeler mee met een bandje in je eigen taal, die vertelt over het een en ander wat er te zien is. Geen ellenlange verhalen, in tegendeel, hij gaat best snel en je moet hem regelmatig stop zetten. Ik vind het geheel wel wat hebben. Er staat veel authentiek spul in, in goede en slechte staat. Je kunt het geheel met een uurtje rond zijn, maar er ook veel langer tijd en aandacht aan besteden.
De mensen van het museum doen hun best om hun erfgoed op de been te houden, maar naar mijn idee gaat dat moeilijk worden, gezien het aantal mensen dat hier komt bezoeken. Ik vind echt dat ze meer aandacht verdienen!














We rijden nu langzaam maar zeker terug naar Rapid City, we willen nog even wat boodschappen halen en willen wat vroeger dan anders wat rustiger aan gaan doen.

Inmiddels hebben we wat e-mail contact gehad met de twee Canadese motorrijders die we ontmoet hadden in de B&B in Cody en we hebben afgesproken in een restaurant hier: Firehouse Brewing. Het is in downtown en maar 1,5 km van ons logeeradres. Wanneer we echter daar aankomen is het ontzettend druk. Wegen afgezet en muziek en parade in de straat. Niet mogelijk om dichtbij te parkeren en ook niet iets verder weg. Wel bij winkels en dat is alleen voor klanten. We wagen het erop en riskeren dat we worden weggesleept. Ook Deno en Jim blijken parkeerproblemen te hebben, want ze komen zeker een kwartier te laat aangelopen. Het restaurant is vol en we moeten zeker een half uur wachten. Maar wat geeft het, de temperatuur buiten is aangenaam en we praten al volop.
Uiteindelijk krijgt Deno een berichtje op zijn telefoon, dat onze tafel klaar staat. De atmosfeer binnen is helemaal super en we hebben een leuke avond. Het gesprek gaat alle kanten op en het eten is goed. Echt leuk allemaal. Aan het eind presenteert Deno de creditcard al aan de serveerster voor we kunnen ingrijpen. Maar hij staat erop dat hij (en zijn vriend, dat weet ik niet) voor ons betaalt. Hoe we ook praten, het helpt niet. Hij vindt het gewoon supergeweldig om ons ontmoet te hebben en heeft dit avondje voorgesteld en wil dus ook betalen. Nou oké dan... We nemen hartelijk afscheid, nadat ik heb moeten beloven om in contact te blijven.
En gelukkig, we zijn niet afgesleept!


Links Deno, rechts Jim

woensdag 29 juli 2015

Dag 18: Needles Highway en Custer State Park



Om acht uur vanmorgen schuiven we aan tafel voor een ontbijtje door de gastheer Jamin klaargemaakt. Het is een AirBNB waar we zitten en een ontbijt is veelal niet inbegrepen. Wel wordt soms de gelegenheid gegeven om zelf iets klaar te maken, of je moet maar zien hoe je je redt. Het is overal weer anders. Wij hebben in ieder geval geluk, gisteravond bood hij aan om voor ons een ontbijt te maken en naar ik dacht met hen mee te eten. Gastheer en gastvrouw zijn trouwens weinig spraakzaam. Gastvrouw zien we bijna helemaal niet. Gastheer antwoordt alleen als ik vragen stel, vriendelijk maar zo kort mogelijk. Beetje vreemd, maar goed. Aan een echt B&B zijn ze duidelijk nog niet toe. Voor nu, als AirBNB is het goed genoeg. Het bed is helemaal hemels.
Oké het ontbijtje dus. Roerei met toast, kwark met fruit; helemaal prima.
Hij geeft nog wat informatie voor vandaag als ik er om vraag en dan gaan we op weg.

We zijn van plan om de Needles Highway te rijden en die is 40 km van hier. De highway zelf is zo'n 100 km. We komen er bij Keystone op en daar is ook direct Mount Rushmore. Okay mooi, dan hebben we die alvast in de pocket. Mount Rushmore is denk ik wel bij iedereen bekend en zo niet, dan weet iedereen vast wel wat ik bedoel als ik het heb over de vier uitgehakte hoofden van vroegere presidenten in de rotswand; Washington, Jefferson, Roosevelt en Lincoln. Hoewel de toegang gratis, moet je hier 11 dollar betalen voor parkeren. Beetje jammer, want hoewel een national monument geldt onze jaarpas hier toch niet voor. Het is goed geregeld; twee parkeergarages en ruimte genoeg.
De route die je er naartoe wandelt is niet ver en onderhoudend. Zo kom je langs alle vlaggen van de diverse staten die op alfabet per 4 op een pilaar zijn gezet.  Daar kun je dan onder de vlag lezen van welke staat die is, de hoeveelste staat het is en wanneer die is toegetreden tot de VS. Ooit geweten dat er soms meer dan 100 jaar tussen zit?
Uiteindelijk kom je dan bij de presidentshoofden. Er is niets vreemds aan, want de plaatjes daarvan zijn al zo bekend, maar toch indrukwekkend. Je staat er een tijdje naar te kijken, maakt wat foto's en dat is het dan. Je kunt nog een wandeling maken, direct onderlangs, maar dat lijkt ons weinig waarde toevoegen. We hebben niet het idee dat het zicht erop er beter van wordt. Dus we draaien om en zijn binnen het uur ook weer van het hele gebeuren verdwenen.




We gaan nu echt de Needles Highway volgen, maar moeten een tijdje later er al weer af, want we gaan nu ook eerst maar Crazy Horse opzoeken. Een ander beeld wat uitgehouwen wordt uit de rotsen en dat een project is van een familie die daar al meer dan 70 jaar mee bezig is. Het stelt het opperhoofd voor van de Lakota stam, gezeten op zijn paard. Hij is gedood bij een veldslag in de strijd om land door de indianen en de nieuwe Amerikanen. Het zal nog enige tijd duren voordat het klaar is, naast de 8 kinderen van die familie zijn inmiddels ook kleinkinderen hierin betrokken.
In 1947 is Korczak Ziolkowski, die eerder meewerkte aan het Mount Rushmore project begonnen met het maken van dit sculptuur uit eerbetoon voor de oorspronkelijke bewoners en als tegenhanger van de vier presidentshoofden, omdat ook de indianen hun helden hebben. Het bouwwerk wordt dus geheel particulier gerund.
Ik heb wel eens gelezen dat je beter alleen van de weg kunt gaan kijken, want je ziet niets minder dan wanneer je binnengaat. Maar dat gaat niet geheel op, of er is iets veranderd. Op de weg is geen mogelijkheid tot parkeren en je staat eigenlijk al gelijk voor de poort. De entree is $ 11.00 p.p., wat wij niet mis vinden. Daarvoor kun je tot op (ik schat) 200 meter van het gebeuren komen. Er wordt volop aan gewerkt, dus dichterbij kan niet... Hoewel, er is een schoolbus waarvoor je tickets kunt kopen en die rijdt tot iets voorbij de eigenlijke plek. Kosten $ 4.00 p.p. Wij vinden het een toeristenval, maar goed... Staan even te dubben, maar besluiten het wel te doen; bang dat we er later spijt van zullen hebben. We zijn nu echt blij dat we het wel gedaan hebben. Je komt er toch behoorlijk dichtbij en ziet het ook van een andere kant. Bovendien leren wij, dat ze het hier dus echt van dit inkomen moeten hebben. Als er geen geld is, kunnen ze er ook niet mee verder. De slechte economie van de laatste jaren bracht minder bezoekers en het werk heeft vaak stilgelegen. Het tripje duurt een klein halfuurtje.
Eenmaal terug is er nog een film en een groot documentatiecentrum van museum e.d. We besteden er niet al te veel tijd aan, er is nog meer te doen vandaag.


Aan de achterkant



De Needles Highway is bijzonder mooi om te rijden, haarspeldbochten, hele smalle tunneltjes en zelfs pigtail-bochten passeren de revue terwijl je mooie uitzichten hebt op de omgeving met, de naam zegt het al, naaldvormige rotsen. De parkeerplaatsjes zijn klein en er is niet altijd ruimte om te parkeren, dus veel foto's moeten ook vanuit de rijdende auto gemaakt worden.
We komen bij het Sylvan Lake. Een mooi meer met ronde rotsen. Er kan een wandeling omheen gemaakt worden van 1,5 km. Wat blijkt? We moeten entree betalen; $ 15.00 per auto. Dat wordt Johan te gortig en ook ik ben teleurgesteld. Johan maakt korte metten en draait om. De rijden een aantal kilometers verder en ik ben nog steeds teleurgesteld. Om het feit dat voor een uurtje wandelen zoveel geld betaald moet worden en om het feit dat Johan omgedraaid is; beide eigenlijk. Na een poosje zegt Johan "wat ben je stil, ben je verdrietig?" "Nou ja, dat niet", zeg ik, "maar wel teleurgesteld ik moet er steeds aan denken. Het is wel een heel mooi meertje." Hij besluit om te draaien en zo gaan we weer op weg. Betalen dus... Bij de poort geeft het meisje ons een boekje van de omgeving, mét kaart. En dan gaat bij mij het kwartje vallen; de entree is meteen ook voor het Custer State Park. Tja, daar hadden we sowieso voor moeten betalen, want daar komen we later nog doorheen. Oké, helemaal tevreden dus. We lopen fijn om het meertje en maken veel mooie foto's...








We zetten de route voort en op een gegeven moment worden de bochten wat minder en na verloop van tijd gaat het over in golvende prairie. Hier komt veel wildlife voor en zelfs bizons. Maar al wat we zien zijn prairiedogs, ezels en herten. Geen bizons voor ons, maar ja, dat vinden we niet zo erg, want die zagen we in Yellowstone al heel veel natuurlijk.
Het rondje gaat zich langzamerhand bij Keystone weer sluiten, maar niet voordat we weer teruggekomen zijn bij de zeer nauwe bochten en tunneltjes, zoals we die aan het begin van de route hadden.
De dag is lang geweest. Moe, maar zeer voldaan rijden we de laatste 40 km terug naar ons logeeradres.

Er stonden een paar motoren achter ons bij het stoplicht...